De Profetie van Jesaja aan Koning Hizkia
2 Koningen 20:18 bevat een ingrijpende profetie van de profeet Jesaja aan koning Hizkia: 'En van uw zonen die uit u voort zullen komen, die gij zult verwekken, zullen zij er wegvoeren; en zij zullen kamerlingen zijn in het paleis van de koning van Babel.'
Context van de Profetie
Deze profetie kwam voort uit Hizkia's onverstandige handeling. Nadat God hem had genezen van een dodelijke ziekte en zijn leven met vijftien jaar had verlengd, ontving Hizkia gezanten uit Babylon. In zijn hoogmoed toonde hij hen alle schatten van zijn paleis, zijn schatkamers, zijn wapentuig en al zijn kostbaarheden. Jesaja confronteerde hem hierover en kondigde Gods oordeel aan.
Betekenis van het Hebreeuws
Het Hebreeuwse woord voor 'kamerlingen' is saris (סריס), wat letterlijk 'hofdienaar' of 'kamerling' betekent. Deze term verwees vaak naar gecastreerde mannen die aan koninklijke hoven werkten, hoewel het ook simpelweg 'hofbeambte' kon betekenen. Het Hebreeuwse woord voor 'wegvoeren' (laqach) benadrukt de gewelddadige en gedwongen aard van deze deportatie.