De Tekst van 2 Koningen 17:2
2 Koningen 17:2 luidt: "Hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE, maar niet zoals de koningen van Israël die vóór hem geweest waren." Deze uitspraak over koning Hosea van Israël vormt een opmerkelijke nuancering in het oordeel over de laatste koning van het noordelijke koninkrijk.
Wie was Koning Hosea?
Hosea was de laatste koning van het noordelijke koninkrijk Israël (ca. 732-722 v.Chr.). Hij kwam aan de macht door een samenzwering tegen zijn voorganger Pekach (2 Koningen 15:30). Zijn regeringsperiode viel samen met de groeiende Assyriërs dreiging onder Tiglat-Pileser III en later Salmaneser V.
Het Oordeel: 'Kwaad in de Ogen van de HEERE'
De Hebreeuwse uitdrukking "ra' be'enei YHWH" (kwaad in de ogen van de HEERE) is een standaardformule in de Koningenboeken. Het verwijst naar afgoderij en het niet naleven van Gods geboden, met name het eerste en tweede gebod. Elke koning van het noordelijke rijk krijgt dit oordeel, omdat ze de gouden kalveren van Jerobeam niet wegdeden.
De Belangrijke Nuancering
De toevoeging "maar niet zoals de koningen van Israël die vóór hem geweest waren" is zeer opmerkelijk. Het Hebreeuwse "lo kemaalkei Yisrael" suggereert dat Hosea's zondigheid minder extreem was. Mogelijk hield dit verband met:
- Minder actieve bevordering van Baäldienst
- Geen introductie van nieuwe afgodische praktijken
- Mogelijk meer openheid voor de waarschuwingen van profeten