De Tekst van 2 Koningen 17:16
2 Koningen 17:16 luidt: "Ze verlieten alle geboden van de HEER, hun God, en maakten gegoten beelden voor zichzelf, twee kalveren. Ze maakten een Aserapaal, bogen zich neer voor heel de hemelheerscharen en dienden Baäl."
Dit vers vormt onderdeel van Gods aanklacht tegen het noordelijke koninkrijk Israël, waarin wordt uitgelegd waarom Hij toeliet dat zij door de Assyriërs werden weggeleid.
Analyse van de Verschillende Elementen
"Ze verlieten alle geboden van de HEER"
Het Hebreeuwse woord voor 'verlieten' (עזב, azab) betekent letterlijk 'loslaten' of 'in de steek laten'. Israël had bewust en volledig gekozen om Gods wet te verlaten. Het woord 'alle' benadrukt de totale omvang van hun rebellie.
"Gegoten beelden, twee kalveren"
Dit verwijst naar de gouden kalveren die koning Jerobeam I had opgericht in Dan en Bethel (1 Koningen 12:28-30). Deze waren bedoeld als alternatief voor de tempel in Jeruzalem, maar leidden tot afgoderij. Het Hebreeuwse woord voor 'gegoten' (מסכה, massekah) duidt op beelden gemaakt van gesmolten metaal.
"Aserapaal"
De Aserapaal was een houten paal of boom gewijd aan de Kanaänitische godin Asera, verbonden met vruchtbaarheidscultussen. Deze cultussen waren expliciet verboden in Gods wet (Deuteronomium 16:21).