De Evaluatie van Koning Amazja
2 Koningen 14:3 geeft een opmerkelijke evaluatie van koning Amazja van Juda: 'Hij deed wat recht was in de ogen van de HEERE, echter niet zoals zijn vader David; hij deed het geheel zoals zijn vader Joas gedaan had.' Deze vers toont het complexe beoordelingssysteem dat de Bijbelschrijvers gebruikten voor de koningen van Israël en Juda.
Drie Niveaus van Gehoorzaamheid
De tekst onderscheidt drie verschillende niveaus van gehoorzaamheid aan God:
1. Recht in de ogen van de HEERE
De Hebreeuwse uitdrukking 'asah hajashar be-enei YHWH' betekent letterlijk 'doen wat recht/eerlijk is in de ogen van de HEERE'. Dit was de basisevaluatie voor een goede koning - hij hield zich aan Gods geboden en regeerde volgens Gods wil.
2. Niet zoals David
David wordt hier als de gouden standaard genoemd. Ondanks zijn fouten wordt David in de Bijbel beschouwd als de ideale koning die 'naar Gods hart' was (1 Samuël 13:14). Amazja bereikte dit niveau van toewijding niet.
3. Zoals zijn vader Joas
Joas (ook Joash genoemd) werd eerder positief beoordeeld, maar met beperkingen. Hij deed goed zolang priester Jojada hem leidde, maar viel later af (2 Kronieken 24:17-22).