De tekst van 1 Samuel 25:7
1 Samuel 25:7 luidt: 'En nu, ik heb gehoord, dat gij scheerders hebt; nu, uw herders, die bij ons geweest zijn, hebben wij niet beschaamd, en hun heeft niet ontbroken, al den tijd, dat zij te Karmel geweest zijn.' (Statenvertaling)
Context van het vers
Dit vers staat centraal in het verhaal van David's ontmoeting met Nabal, de rijke schapenhouder uit Karmel. David bevindt zich in de woestijn Paran met zijn mannen, terwijl hij vlucht voor koning Saul. Het is schapenscheertijd, traditioneel een periode van feest en gastvrijheid.
Betekenis van belangrijke woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'scheerders' (גזזים, gozzim) verwijst niet alleen naar het knippen van wol, maar naar een heel seizoen van festiviteiten. 'Niet beschaamd' (לא הכלמנום, lo hechlamnum) betekent letterlijk 'niet te schande gemaakt' of 'niet beledigd'. David benadrukt dat zijn mannen de herders met respect hebben behandeld.
De culturele praktijk van bescherming
In de tijd van David functioneerden nomadische groepen vaak als beschermers van veehouders. David's mannen vormden een 'levende muur' (zoals Nabal's knecht later zegt in vers 16) rond Nabal's bezittingen. Deze bescherming was essentieel in een tijd zonder georganiseerde politie of leger.