De context van 1 Samuel 12:3
1 Samuel 12:3 staat centraal in Samuels afscheidstoespraak als rechter over Israël. Na de zalving van Saul tot koning, roept Samuel het volk bijeen om verantwoording af te leggen over zijn jarenlange leiderschap. De tekst luidt: "Kijk, hier sta ik. Getuig tegen mij in aanwezigheid van de HEER en zijn gezalfde: van wie heb ik een rund gestolen? Van wie heb ik een ezel gestolen? Wie heb ik onderdrukt? Wie heb ik mishandeld? Van wie heb ik steekpenningen aangenomen waardoor ik wegkeek? Ik zal het jullie teruggeven."
Samuels publieke verantwoording
Samuel doet hier iets opmerkelijks: hij vraagt openlijk om kritiek en controle. Hij noemt specifieke vormen van machtsmisbruik die in die tijd gebruikelijk waren onder leiders. Het Hebreeuwse woord voor "onderdrukt" (עָשַׁק, ashaq) betekent letterlijk "uitbuiten door macht". Samuel vraagt of hij zijn positie heeft misbruikt voor persoonlijk gewin.
De vermelding van "rund" en "ezel" is niet toevallig - dit waren waardevolle bezittingen die leiders vaak onrechtmatig in beslag namen. Het woord voor "steekpenningen" (שֹׁחַד, shochad) verwijst naar omkoping die het rechtsoordeel vertroebelt.