Inleiding tot 1 Kronieken 22
1 Kronieken 22 is een bijzonder hoofdstuk dat ons laat zien hoe koning David zich volledig inzette voor de voorbereiding van de tempelbouw, ook al mocht hij zelf de tempel niet bouwen. Dit hoofdstuk toont ons belangrijke lessen over toewijding, voorbereiding en het doorgeven van Gods werk aan de volgende generatie.
David's grondige voorbereiding (verzen 1-5)
Het hoofdstuk begint met David's besluit om uitgebreide voorbereidingen te treffen voor de bouw van Gods tempel. In vers 1 verklaart David: "Dit zal het huis van de HEERE God zijn en dit het brandofferaltaar voor Israël." Deze woorden tonen David's overtuiging dat de plek waar de engel van de HEERE verscheen (op de dorsvloer van Ornan) de juiste plaats was voor Gods huis.
David verzamelde vreemdelingen die in Israël woonden en stelde hen aan als steenhouwers om bewerkte stenen te maken voor de tempelbouw. Hij verzamelde ook grote hoeveelheden ijzer voor spijkers en scharnieren, ontelbare hoeveelheden brons, en cederhout van de Sidoniërs en Tyriërs.
In vers 5 verklaart David zijn motivatie: "Mijn zoon Salomo is jong en teder, en het huis dat voor de HEERE gebouwd moet worden, moet buitengewoon groot zijn, tot naam en tot heerlijkheid in alle landen; daarom zal ik voorraden voor hem bereiden." Dit toont David's hart voor Gods eer en zijn zorg voor zijn zoon.