De tekst van 1 Kronieken 20:3
1 Kronieken 20:3 beschrijft hoe koning David omging met de bevolking van Rabba, de hoofdstad van de Ammonieten, na de verovering van de stad. De tekst luidt: 'Het volk dat daar woonde, voerde hij weg en zette hij aan het werk met zagen, ijzeren hakken en bijlen. Zo deed David met alle steden van de Ammonieten. Daarna keerden David en heel het leger terug naar Jeruzalem.'
Interpretatie-uitdagingen
Dit vers heeft door de eeuwen heen verschillende interpretaties gekend. Het Hebreeuwse werkwoord 'wajasar' kan zowel 'zagen' als 'te werk stellen' betekenen. Moderne geleerden zijn het er grotendeels over eens dat David de Ammonieten inzette voor dwangarbeid in steengroeves en bij bouwprojecten, niet dat hij hen executeerde door marteling.
Historische oorlogsvoering
In de context van de oudheid was het gebruikelijk dat overwonnen volkeren werden ingezet voor dwangarbeid, vooral bij grote bouwprojecten. Salomo zou later op vergelijkbare wijze gebruik maken van gedwongen arbeidskrachten (1 Koningen 9:20-21). Deze praktijk, hoewel hard naar moderne maatstaven, was destijds een alternatief voor volledige vernietiging van een volk.