De organisatie van de eredienst
1 Kronieken 16:5 geeft ons een fascinerende kijk op hoe koning David de eredienst organiseerde toen de ark van het verbond naar Jeruzalem werd gebracht. Dit vers noemt specifiek de namen van de muzikanten en hun rollen in de nieuwe eredienst die David instelde.
Asaf als hoofdmuzikant
Asaf wordt genoemd als het 'hoofd' (Hebreeuws: רֹאשׁ, rosh) van de muzikanten. Dit betekent dat hij de leider was van het hele muzikale gedeelte van de eredienst. Asaf was niet alleen een bekwame muzikant, maar ook een psalmdichter. Verschillende psalmen in het Psalmenboek worden aan hem toegeschreven (Psalm 50, 73-83). Zijn naam betekent 'verzamelaar' of 'bijeenverzamelaar', wat passend is voor iemand die muzikanten en hun muziek samenbrengt.
De andere muzikanten en hun instrumenten
Zacharia wordt genoemd als de 'tweede' (Hebreeuws: מִשְׁנֶה, mishneh), wat betekent dat hij Asafs plaatsvervanger was. De andere genoemde namen - Jeiël, Semiramoth, Jehiël, Mattithja, Eliab, Benaja en Obed-Edom - representeren een zorgvuldig samengesteld muziekkorps.
Het vers specificeert ook de instrumenten: luiten en harpen (snaarinstrumenten) en cimbalen (slaginstrumenten). Het Hebreeuwse woord voor 'luiten' is נְבָלִים (nevalim) en voor 'harpen' כִּנֹּרוֹת (kinnorot). Deze combinatie van snaar- en slaginstrumenten zorgde voor een rijke, meerstemmige begeleiding van de lofzang.