De namen van Davids laatste zonen
1 Kronieken 14:7 vormt het slot van een belangrijke lijst: "Elisama, Eljada en Elifelet." Deze drie namen sluiten de opsomming af van de zonen die koning David in Jeruzalem zijn geboren, nadat hij deze stad tot zijn hoofdstad had gemaakt.
Betekenis van de namen
Elke naam in dit vers draagt een diepe spirituele betekenis en toont David's geloof in God:
Elisama (אֱלִישָׁמָע) betekent "God heeft gehoord". De naam combineert "El" (God) met "shama" (horen), wat wijst op David's vertrouwen dat God zijn gebeden en verzoeken hoort.
Eljada (אֶלְיָדָע) betekent "God heeft gekend" of "God weet". Deze naam toont David's besef dat God alwetend is en zijn situatie volledig kent.
Elifelet (אֱלִיפֶלֶט) betekent "God is bevrijding" of "God is ontsnapping". Dit spreekt van David's ervaring van Gods verlossende macht in zijn leven.
Context binnen het hoofdstuk
Deze namen komen aan het einde van een lijst die begint in vers 4, waarin alle zonen worden genoemd die David in Jeruzalem werden geboren. Dit onderscheidt hen van zijn eerdere zonen die in Hebron geboren werden (2 Samuël 3:2-5). De vermelding van deze kinderen benadrukt Gods zegen over David's koninkschap in Jeruzalem.