De tekst van 1 Kronieken 10:4
In 1 Kronieken 10:4 lezen we: "Toen zei Saul tot zijn wapendrager: 'Trek uw zwaard en steek mij daarmee door, opdat deze onbesnedenen niet komen en mij doorboren en met mij hun spel drijven.' Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij was zeer bevreesd."
Context van het vers
Dit vers speelt zich af tijdens de dramatische slag op de berg Gilboa, waar koning Saul zijn laatste gevecht voert tegen de Filistijnen. Saul is zwaar gewond door de boogschutters en realiseert zich dat zijn einde nabij is. In zijn wanhoop wendt hij zich tot zijn trouwe wapendrager met een verzoek dat de loop van de geschiedenis zou veranderen.
Betekenis van belangrijke woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'wapendrager' is 'nasa keli', letterlijk 'drager van wapens'. Deze persoon was meer dan een gewone soldaat - hij was Sauls vertrouwde metgezel in de strijd. Het woord 'onbesnedenen' (Hebreeuws: 'arelim') was een veelgebruikte term waarmee Israëlieten heidense volkeren aanduidden, in dit geval de Filistijnen.
De wapendrager weigert
De weigering van de wapendrager is opmerkelijk. Het Hebreeuwse 'lo ava' betekent 'hij wilde niet' en toont een fundamentele weigering om zijn koning te doden. Zijn vrees ('yare me'od' - zeer bevreesd) kan verschillende oorzaken hebben: eerbied voor Gods gezalfde, angst voor de gevolgen, of simpelweg de schrik van het moment.