De Tekst van 1 Koningen 21:19
1 Koningen 21:19 luidt: 'En gij zult tot hem zeggen: Zo zegt de HEERE: Hebt gij doodgeslagen en ook geërfd? En gij zult tot hem zeggen: Zo zegt de HEERE: In de plaats, waar de honden het bloed van Nabot gelekt hebben, zullen de honden ook uw bloed lekken.'
Context: Het Drama van Nabot's Wijngaard
Deze woorden worden gesproken in één van de meest dramatische verhalen uit het Oude Testament. Koning Achab begeerde de wijngaard van Nabot de Jizreëliet, maar Nabot weigerde zijn erfgoed te verkopen volgens de wet van Mozes. Koningin Izebel loste dit 'probleem' op door een vals proces tegen Nabot op te zetten, waarbij hij werd beschuldigd van godslastering en vervolgens gestenigd werd.
Gods Rechtvaardige Toorn
Het Hebreeuwse woord voor 'doodgeslagen' (רָצַח, ratsach) wijst op moord, niet op rechtmatige executie. God confronteert Achab rechtstreeks met zijn dubbele zonde: moord én diefstal. De retorische vraag 'Hebt gij doodgeslagen en ook geërfd?' onderstreept de gruwelijkheid van Achabs daad - hij heeft niet alleen een onschuldige man laten vermoorden, maar profiteert er ook nog van.