De Aanval van Benhadad op Samaria
1 Koningen 20:1 markeert het begin van een cruciaal verhaal over oorlog en goddelijke interventie in de geschiedenis van Israël. De vers luidt: 'Benhadad, de koning van Aram, verzamelde zijn hele leger. Tweeëndertig koningen met hun paarden en strijdwagens vergezelden hem. Hij rukte op naar Samaria, sloeg er zijn kamp op en begon de stad te belegeren.'
Wie was Benhadad?
Benhadad (Hebreeuws: בן־הדד, Ben-Hadad, betekenis: 'zoon van Hadad') was de koning van Aram-Damascus, een machtige staat ten noordoosten van Israël. Hadad was de Aramese god van storm en regen. Deze Benhadad was waarschijnlijk Benhadad I, een invloedrijke heerser die een coalitie van kleinere koningen onder zijn gezag had weten te verenigen.
De Militaire Coalitie
De tekst benadrukt de overweldigende militaire macht die tegen Israël werd gemobiliseerd. De 'tweeëndertig koningen' vertegenwoordigden waarschijnlijk vazalstaten en bondgenoten van Aram. In de oudheid waren strijdwagens en paarden symbolen van militaire superioriteit. Deze coalitie leek onverslaanbaar tegen het relatief kleine Israël.
Samaria als Doelwit
Samaria was de hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israël, gesticht door koning Omri (1 Koningen 16:24). Door Samaria te belegeren, richtte Benhadad zich op het politieke en militaire hart van Israël. Een succesvolle belegering zou de val van het hele noordelijke rijk betekenen.