Inleiding
1 Koningen hoofdstuk 19 toont ons een van de meest menselijke en herkenbare verhalen uit het Oude Testament. Na de dramatische overwinning op de Baälspriesters op de berg Karmel, zien we profeet Elia in een diepe crisis belanden. Dit hoofdstuk leert ons over Gods tedere zorg voor zijn dienaren en hoe Hij tot ons spreekt in de stilte.
Elia's Vlucht en Depressie (verzen 1-8)
Het hoofdstuk begint met koning Ahab die zijn vrouw Izebel vertelt over alles wat Elia had gedaan, inclusief het doden van de Baälspriesters. Izebel reageert woedend en zweert dat zij Elia binnen 24 uur zal vermoorden. Deze bedreiging brengt de machtige profeet, die net nog vol vertrouwen had gestreden tegen 450 valse profeten, tot complete paniek.
Elia vlucht naar Berseba in Juda en laat zelfs zijn dienaar achter. Hij gaat alleen de woestijn in en vraagt God om te mogen sterven. "Het is genoeg, HEERE, neem mijn ziel weg", zegt hij. Dit toont ons hoe zelfs de grootste geloofshelden momenten van diepe wanhoop kunnen ervaren.
Gods reactie is opvallend teder. Hij stuurt een engel die voor Elia zorgt met eten en drinken. Tweemaal wordt Elia op deze manier verkwikt. God veroordeelt zijn depressie niet, maar zorgt praktisch voor zijn behoeften. De cake en water die de engel brengt, geven Elia kracht voor een reis van 40 dagen.