De Context van 1 Koningen 18:12
1 Koningen 18:12 staat in het hart van het dramatische verhaal over de confrontatie tussen profeet Elia en de profeten van Baäl op berg Karmel. In dit vers spreekt Obadja, de hofmeester van koning Achab, zijn diepe zorgen uit tegenover Elia.
De Tekst en Betekenis
In vers 12 zegt Obadja: "Zodra ik bij je weg ben, zal de geest van de HEER je meevoeren naar een plaats die ik niet ken. Als ik dan naar Achab ga en hem vertel dat je hier bent, maar hij kan je niet vinden, dan zal hij me doden. Uw dienaar vereert de HEER al vanaf zijn jeugd."
Obadja's Dilemma
Obadja bevindt zich in een precaire positie. Als gelovige hofmeester onder de goddeloze koning Achab heeft hij al veel risico's genomen. Hij heeft honderd profeten van de HEER verborgen gehouden tijdens de vervolging door koningin Izebel (vers 4). Nu vraagt Elia hem om Achab te vertellen dat hij er is, maar Obadja vreest dat Elia weer zal verdwijnen.
De Geest van de HEER
Het Hebreeuwse woord "ruach" (רוח) betekent zowel geest, wind als adem. Obadja kent de verhalen over hoe Gods Geest profeten plotseling kan wegvoeren naar andere plaatsen. Dit gebeurde later ook met Elia zelf (2 Koningen 2:16) en met Ezechiël (Ezechiël 3:14). Voor Obadja was dit geen theoretische kennis, maar een reële zorg.