De tekst van 1 Koningen 16:7
1 Koningen 16:7 luidt: "Ook kwam door de profeet Jehu, de zoon van Chanani, het woord des HEREN tegen Baäsa en zijn huis, zowel vanwege al het kwaad dat hij deed in de ogen des HEREN door Hem te tergen met het werk van zijn handen, zodat hij werd als het huis van Jerobeam, als ook omdat hij dit huis verslagen had."
Historische context: Koning Baäsa van Israël
Koning Baäsa regeerde over het noordelijke koninkrijk Israël van ongeveer 909-886 v.Chr. Hij kwam aan de macht door koning Nadab (Jerobeams zoon) te vermoorden en het hele huis van Jerobeam uit te roeien (1 Koningen 15:27-28). Dit gebeurde in vervulling van Gods oordeel over Jerobeam vanwege diens afgoderij.
Profeet Jehu ben Chanani
Jehu, de zoon van Chanani, was een profeet die namens God sprak tot verschillende koningen van Israël. Hij confronteerde zowel Baäsa als later koning Josafat van Juda (2 Kronieken 19:2). Zijn naam betekent "de HEER is Hij" - een passende naam voor iemand die Gods waarheid verkondigde.
De paradox van Gods instrument
Dit vers toont een belangrijke spirituele waarheid: iemand kan Gods instrument zijn om anderen te oordelen, maar tegelijkertijd zelf zondig leven. Baäsa voerde Gods oordeel uit over Jerobeam, maar volgde vervolgens dezelfde zondige weg van afgoderij.