De Zalving van Salomo
1 Koningen 1:45 beschrijft een cruciaal moment in de Israelitische geschiedenis: de zalving van Salomo tot koning. In dit vers rapporteert Jonathan, zoon van abjatar, aan Adonia wat er zojuist is gebeurd: "Sadok de priester en Nathan de profeet hebben hem daar tot koning gezalfd. Daarop zijn ze met gejubel teruggetrokken en is de stad in opschudding geraakt. Dat is het geluid dat jullie horen."
Betekenis van de Zalving
Het Hebreeuwse werkwoord voor 'zalven' is mashach, waarvan ook het woord 'Messias' (gezalfde) is afgeleid. Zalving was een religieuze handeling waarbij olie werd gebruikt om iemand apart te wijden voor een heilige taak. De combinatie van Sadok de priester en Nathan de profeet die samen zalven, geeft deze handeling extra gewicht - het vertegenwoordigt zowel de priesterlijke als profetische goedkeuring.
Context van het Vers
Dit vers komt voor in een gespannen moment. Adonia had zichzelf uitgeroepen tot koning (vers 5), maar David had ondertussen opdracht gegeven om Salomo te zalven bij de bron Gihon (vers 33-34). Jonathan brengt dit nieuws aan Adonia's feestgezelschap, waarmee hij eigenlijk verkondigt dat Adonia's poging tot machtsovername gefaald heeft.